Ria Valk (Eindhoven, 11 februari 1941) is een Nederlandse zangeres, voormalig televisie-presentatrice en actrice.
In 1949 verhuisde haar familie naar Amsterdam-Oost. Van een buurjongen leerde ze gitaarspelen. In september 1958 deed ze mee aan een talentenjacht, georganiseerd door Kees Manders in zijn cabaret Het Uiltje aan het Thorbeckeplein. Ria won de eerste prijs van het ‘cabaret der onbekenden’ en kreeg van Manders een contract voor zijn cabaret.
In mei 1959 werd ze met haar uitvoering van Tutti Frutti tweede achter winnaar Pim Maas bij een Elvis-imitatiewedstrijd. Het betrof hier de verkiezing van de Nederlandse Elvis Presley, in Cinema Royal. Ria verscheen in een zwart-oranje gestreepte lange broek, met laarzen en een cowboyhoed voor het voetlicht. De zaal joelde heftig, want iedereen vond dat meisjes met Elvis-verkiezingen niets te maken hadden.
AVRO-producer Roel Balten contracteerde haar voor een optreden in het Franse La Courtine voor Nederlandse militairen. Ze trad dat jaar ook voor het eerst op voor de televisie in het AVRO-programma ‘Nieuwe Oogst’. In september 1959 verscheen ze in de ‘Bambamboe-show’ van de AVRO en maakte tevens haar eerste plaat van deze nieuwe dansrage ‘Dans de Bambamboe’. Haar carrière was nu echt goed op gang gekomen.
In haar beginjaren legde ze zich toe op de rock-’n-roll en scoorde ze in 1960 de hit Hou je echt nog van mij Rockin’ Billy, wat haar definitieve doorbraak betekende. Daarop volgden succesvolle nummers als Ik wil een cowboy als man, Als ik de golven aan het strand zie, en Tommy uit Tennessee. Samen met Rob de Nijs, Trea Dobbs en Marijke Merckens acteerde en zong Ria Valk in de TV-show “TV-magazine”, waarin ze naast humoristische liedjes ook redelijk wat serieus materiaal te zingen kreeg van Harrie Geelen. Een aantal nummers uit het programma zijn vastgelegd op de LP TV Magazine 1965 op het DECCA-label, één van de eerste populaire LP’s die behalve in mono ook in stereo verscheen.
Ze was de Leading Lady in de eerste André van Duin-revue (1970-1971). Ze verzorgde gastoptredens in De Rudi Carell show, bij de Mounties, de Martine Bijl show en in de Corrie van Gorp show.
In de jaren zeventig stapte ze als rechtgeaard bühnedier over naar het carnavalsgenre. Met haar carnavalshit De liefde van de man gaat door de maag uit 1975 en Leo (1976) gaf ze haar imago van jolige meid gestalte. Eind jaren zeventig maakte ze de lp “Iets bijzonders”, waarop materiaal stond van Annemarie Oster, Harry Bannink, Martine Bijl, Toon Hermans en Jacques van Tol.
In de jaren zestig en zeventig had ze met haar man Herman de Keulenaar een aantal schoenenzaken Ria Valk Shoes. Toen haar man begin tachtig kwam te overlijden deed ze de zaken van de hand.
In 1985-1986 maakte ze een cabaretesk theaterprogramma met teksten van cabaretier/tekstdichter Wim Hogenkamp. In de periode 1986 tot 1993 was ze te zien naast Carry Tefsen, John Leddy, Sjoukje Hooymaayer, Manfred de Graaf, Hans Cornelissen en Herman Kortekaas in de comedy-serie Zeg ‘ns AAA als Annie Kalkman, de zuster van Mien Dobbelsteen. In dezelfde periode werkte ze samen met de Griekse componist Nikos Ignatiadis bekend van de grootste hits van Benny Neyman. Hieruit resulteerden de luisterliedjes “Want als je bij mij bent”, “Dat is toch echt iets voor mij” en het qua tekst zelfgeschreven lied over het overlijden van haar man “Waarom blijft de zon toch schijnen”. Ignatiadis begeleidde haar ook tijdens enkele optredens.
Eind jaren tachtig had ze bij de TROS een televisiespecial met Pierre Kartner en in de jaren negentig verzorgde ze bij diezelfde omroep een televisiespecial met de theatergroep Jeans. Ze stond in het showblok van de Holidayshow, ze trad op bij het Gala voor Andre en de Hommage aan Joop Stokkermans. Naast Simone Kleinsma en Robert Paul stond ze in de Parodie Parade en ze was Olivia Newton John en Cher in de Sterrenplaybackshow. Eind jaren negentig richtte ze zich op het schilderen van figuratieve kunst. Naast tentoonstellingen volgden er beschilderde verjaardagskalenders en zeefdrukken van haar schilderijen die gretig aftrek vonden via verschillende winkelketens.
In de nieuwe eeuw werkte ze veel samen met Jacques van Eijk, de tekstschrijver/componist van o.a. Wolter Kroes. Hij schreef met haar de liedjes “Jongens doe mij een lol”, “Ik ben altijd te bereiken”, “Pak toch eens de fiets” en de carnavalshit van 2007 “Een chippy, een putje en een parretje”. Eind 2007 bracht Ria een Engelstalig vervolg op haar eerdere successingle “Rockin’ Billy”. Samen met de funk-blues-soul groep Bmaster zong zij over “Rockin’ Billy meets Funckin Milly”.
Tegenwoordig woont ze een groot deel van het jaar in Zuid-Spanje en in 2008 zit ze 50 jaar in het artiestenvak. Daarnaast is ze special guest in de tweede aflevering van de nieuwe reeks van Zeg ‘ns AAA op RTL 4.
Rocking Billy (1960)
Medley met Martine Bijl (1976)









