Peter Blanker (Delfshaven, 11 juni 1939) is een Nederlands dichter en artiest, na een carrière als zeeman, druivenplukker en journalist sinds 1961 actief als zanger en gitarist in Rotterdam en verre omstreken. Zijn inspiratie zoekt hij bij de Franse chansonnier Georges Brassens en zijn vakgenoot Jules de Corte.
In de zestiger jaren was Blanker actief in het cabaret en aanverwante kleinkunst. Van eind 1975 tot 3 juni 1978 heeft Peter Blanker ook in de beroemde AVRO-kinderserie De Holle Bolle Boom mee gespeeld en gezongen. Hij werkte daar samen met o.a. Leontien Ceulemans, Hans Otjes en Maria Lindes. De muziek was van Tonny Eyk. In 1981 scoorde hij een onverwachte nationale top 10-hit met ‘t Is moeilijk bescheiden te blijven, een vertaling van It’s hard to be humble van Mac Davis. In 1987 zong hij Alles heeft een einde (maar een worst wel twee), een vertaling door Peter Koelewijn van Alles hat ein Ende nur die Wurst hat zwei waarmee de Duitser Stephan Remmler in zijn land de hitparade had veroverd. Elf jaar lang verzorgde hij het radioprogramma Levenslief en levensleed voor de KRO. Begin jaren ’90 gaf hij met zijn oude compagnon Gerard Cox leiding aan een schrijverscollectief voor de musical Kaat Mossel over de Rotterdamse mosselvrouw. In het lied Breng mij naar Rotterdam terug geeft hij een verklaring voor zijn liefde:
In Londen en Berlijn, daar raak je al je centen kwijt
In Parijs, je beurs en je verstand
Als ik maar een kwartje heb
Vind ik Rotterdam interessant
In 2003 werd een landelijke tournee georganiseerd om het veertig jarig artiesten-jubileum te vieren met zijn vaste muzikale begeleiders. De harde kern van het Peter Blanker Consort bestaat uit Elly Bezemer, Izak Boom en Kees van Velthooven, die zijn liedjes inkleuren op instrumenten als piano, banjo, mandoline en contrabas.
De stad Rotterdam heeft hem in 2003 de Wolfert van Borselenpenning toegekend.
‘t Is Moeilijk Bescheiden Te Blijven (1981)








