Jan Rot (Makassar (Indonesië), 25 december 1957) is een Nederlands zanger, componist, tekstdichter en ‘hertaler’.
Jan Rot wordt geboren op kerstnacht 1957 in Makassar, Indonesië. In 1978 begint hij zijn muzikale carrière als zanger, frontman en liedjesschrijver van zijn bands Streetbeats en Ratata, maar in 1982 besluit hij solo verder te gaan. Met op vroege popliedjes geënt ‘novelty’-repertoire brengt hij het album Single uit. De titel slaat, behalve op zijn nieuwe status als soloartiest, op Rots overtuiging dat elk nummer op de elpee in principe een hitsingle moet kunnen zijn. Met de van het album getrokken singles Counting Sheep en Bobby, Roger & Eileen komt het inderdaad een eindje in die richting, maar latere singles als Koh-i-Noor en Ooh wee blijven steken in de Tipparade. Het geloof in eigen kunnen blijft onverminderd, met een knipoog verwerkt in de titel van het volledig zelf ingespeelde album 24 Jan Rot fans can’t be wrong. Naast optreden schrijft hij een roman en wordt columnist bij Muziekkrant OOR.
Counting Sheep (bij Sonja Barend 1982)
In 1990 vindt Jan Rot de liedjesschrijver zichzelf opnieuw uit door van het Engels over te stappen op de Nederlandse taal. Hij profileert zich, ingedekt door lichte ironie, als kruising tussen Pierre Kartner en Tröckener Kecks. Het album Hoop & Liefde is het eerste resultaat van deze ommezwaai. Al snel zullen levensliedartiesten Jacques Herb en Anneke Grönloh liedjes van Rot op hun repertoire zetten.
Zijn activiteiten worden vervolgens steeds veelzijdiger. Als columnist bij Avenue en Nieuwe Revu, als televisiepresentator maar vooral ook in diverse theaterprogramma’s waarin hij liedjes, poëzie en bekentenis-cabaret in een eigen vorm giet. Zijn album “Schout bij Nacht” uit 1995 wordt door Boudewijn de Groot uitgeroepen tot het beste Nederlandstalige popalbum ooit. In 1999 doet zijn compositie “E-mail to Berlin” mee aan de Nederlandse voorronde voor het Eurovisie Songfestival. De tweeling die het lied zingt, Double Date, eindigt als laatste. Desondanks wordt “E-mail to Berlin”, mede door de vele media-aandacht, een hit.
Sinds 2000 noemt hij zich “zanger en vertaler van meesterwerken”. Met ex-Berini Marjolein Meijers doet hij diverse tournees als “An + Jan”, met telkens weer een nieuw feestpakket vertaalde wereldhits. Daarnaast maakt hij een verrassende entree in de klassieke wereld. Vertalingen van Schubert en Schumann, gezongen door gerespecteerde klassieke zangers als Maarten Koningsberger (“Winterreis”) en Ernst-Daniël Smid (“Dichtersliefde”), gaan met tienduizenden over de toonbank van een in klassiek grossierende winkelketen.
Hallelujah (Orgineel van Leonard Cohen)
In 2006 beleeft Rot zijn finest hour met de hertaling van de Matthäus Passion van Bach. De cd-uitvoering op het deftige Deutsche Grammophon staat in de paasweek fier op 1 in de albumcharts, boven Prince en Bløf, en levert hem zijn eerste gouden plaat.
Na Boudewijn de Groot en Herman van Veen gebruikt ook Henny Vrienten een tekst van Rot en vraagt hem voor zijn project Nacht.
In 2007 maakt Jan Rot zijn acteerdebuut als “Pa” in de hitmusical Doe Maar. Ook verzorgt hij de liedteksten voor de vertaling van de musical Hair. Voorjaar 2008 gaat het volgende “An + Jan”-project van start, ditmaal met vertaalde countrymuziekklassiekers, onder de noemer An + Jan gaan landelijk. Er verschijnen vertalingen op cd’s van Astrid Nijgh, Jan Keizer en Anneke Grönloh en van de Franse klassiekers op het Rob de Nijs-album “Chansons” zijn er maar liefst zeven van zijn hand, waaronder de single “Wieringerwaard” (Les lacs du Connemara). Ook Karin Bloemen en Het Groot niet te vermijden hebben Rotvertalingen in het huidige programma.
Over zijn privéleven is Rot in zijn liedjes en boeken altijd openhartig geweest en hij introduceerde al vroeg de term hotero (voor homo en hetero samen). Hij leidde jarenlang een promiscue bestaan, maar vond in het nieuwe millennium het ware meisje. 13 juli 2001 trouwde hij met zijn Daan en verhuisde van Amsterdam naar de voormalige burgemeesterswoning van het Brabantse Ossendrecht. Zij kregen een dochter: Elvis (14-1-2002) en twee zonen: Rover (14-3-2005) en Wolf (14-5-2008).
Eerder genoemd en veelgeroemd zijn zijn hertalingen van liederen van Franz Schubert en van Bachs Mattheuspassie. De cd-uitvoering door het Residentieorkest stond in het paasweekeind van 2006 op de eerste plaats van de Mega-albumcharts, uniek voor een klassiek album. Zijn hertaling van Heinrich Heines teksten voor Robert Schumanns Dichterliebe ging, gezongen door Ernst-Daniël Smid, met tienduizenden tegelijk over de toonbank. Uit het NRC Handelsblad: “De vertaling van Rot is ongelooflijk creatief. Rot ‘her’taalt, maar laat de ziel van de liederen wonderwel intact. …. Rot speelt op aanstekelijke wijze met de klank van het Nederlands, vaak op dezelfde wijze als Heine”. Voor tenor Marcel Beekman werkte hij Die Schöne Müllerin om tot “Zomerreis”. In december 2007 ging Rots hertaling van Ein deutsches Requiem van Brahms in première, met de titel Een Hollands requiem.
November 2006 werd Jan Rot onderscheiden met de Master and creator Moraline prijs 2006 voor zijn bewerking van de Mattheuspassie. In mei 2007 werd hij bij de Musical Awards genomineerd voor zijn rol van Arent in de musical Doe Maar.
Sinds 2005 is Jan Rot directeur, tevens jongste bediende van zijn eigen Stichting Okapi/ Stichting Jan Rot opgericht “ter verrijking van het Nederlandse lied.” In die functie heeft hij, als eenmansjury, de Okapi Liedprijs ingesteld voor “een jaloersmakend lied”.
Op zondag 8 december 2007 ontving Jan tijdens een feestelijk concert in een vrijwel uitverkocht Carré ter ere van zijn vijftigste verjaardag waar o.a. Marjolein Meijers, Huub van der Lubbe, Anneke Grönloh, Daniël Boissevain, Ernst-Daniël Smid, Bill van Dijk, Rick de Leeuw, Antonie Kamerling, Isa Hoes, Mathilde Santing, Guus Meeuwis en Jacques Herb optraden, uit handen van de burgemeester van Woensdrecht een koninklijke onderscheiding: Ridder in de Orde van Oranje-Nassau.
Mijn naam is Mien (Hertaling “A boy named Sue”)










