Hans de Booij (Arnhem, 2 juni 1958) is een Nederlandse zanger en liedjesschrijver.
De Booij studeerde kleinkunst in Antwerpen en werd daarna theatertechnicus voor onder anderen Boudewijn de Groot.
In het begin van de jaren tachtig vormde hij met Alain Mazijn de kabaretgroep Circus Stupido. Ze brachten een single uit (“We gaan” en “Alles is al gezegd”), geproduceerd door Bram Vermeulen. De groep “Golden Delicious” verzorgde de begeleiding.
Muziekuitgever Hans Kusters stelde hem in 1983 in staat zijn eerste album op te nemen. Dit album (“Hans de Booy”)(met ‘y’) was zowel in België als in Nederland een succes en leverde de hitsingles Een vrouw zoals jij, Annabel en Thuis ben op. Voor deze successen moest De Booijs eigenzinnigheid wel een beetje worden bijgestuurd. Zijn oorspronkelijke tekst van Thuis ben werd bijvoorbeeld door tekstschrijver Herman Pieter de Boer van zijn scherpe kantjes ontdaan en De Booijs grootste hit Annabel is geen eigen compositie maar een lichtvoetig popliedje van de hand van diezelfde De Boer en componist Boudewijn de Groot.
Annabel (1983)
De Booij’s eigen werk valt veel meer in de categorie grimmige chansons, zoals Jacques Brel en Ramses Shaffy die vertolkten. In de tweede helft van de jaren tachtig legde hij zich steeds meer toe op die stijl en verder plaatsucces bleef uit. Wel trad De Booij in de loop der jaren regelmatig op in theaters, of in Antwerpse cafés. Zo bracht hij de evergreen “De lichtjes van de Schelde” van Bobbejaan Schoepen uit 1952 weer onder de aandacht.
De rusteloze bohemien kwam verder in het nieuws doordat hij persoonlijk failliet ging, een dronken schermutseling met de Antwerpse politie had (de rechter stelde hem later in het gelijk), verslaafd raakte aan wiet en Europa enige keren verliet om elders een nieuw leven te beginnen.
Ook stelde hij zijn persoonlijke levensfilosofie te boek, waarbij hij onder meer pleitte voor de oprichting van een Ministerie van Liefde. De Booij ging maandenlang met een rugzak vol boeken door het land om zijn boeken deur aan deur te verkopen. Uiteindelijk wist hij er meer dan 4000 te verkopen.
In 1999 ontmoet Hans de Dalai Lama toevallig voor de Schouwburg van Antwerpen en voelt zich sterk aangetrokken tot de geweldloosheid die gepredikt wordt door het Boeddhisme. Terugkijkend op de diepe dalen in zijn leven vertelt De Booij: “ik ben rijk geworden door een hele tijd geen geld te hebben”.
Hans de Booij, die inmiddels in Oostende woont, keert in 2007 met een nieuwe band terug op de Nederlandse podia en zingt liedjes van zijn album Emocratie dat in september is uitgekomen. Zijn megahit Annabel zingt hij niet meer omdat hij dat naar eigen zeggen ‘fysiek’ niet aankan. In interviews zegt hij teleurgesteld te zijn in de Nederlandse muziekcultuur, omdat de publieke radiozenders nauwelijks nog Nederlandstalig repertoire draaien.
Carpaccio van Tonijn (2007)









