Gerardus Antonius (Gerard) Cox (Rotterdam, 6 maart 1940) is een Nederlands zanger, cabaretier, scenarioschrijver en acteur.

Gerard Cox is een geboren en getogen Rotterdammer die begon als onderwijzer. Als vertolker van luisterliedjes in de stijl van Jaap Fischer verwierf Cox rond 1960 enige bekendheid in Nederland en Vlaanderen. Hij maakte toen ook al zijn eerste grammofoonplaatopnamen. In 1962 werd hij afgewezen bij de toneelschool, maar speelde wel een kleine rol in het toneelstuk Blijde verwachting van het gezelschap Lily Bouwmeester. Later in de jaren 60 stond hij als cabaretier op de planken met voorstellingen als Van de prins geen kwaad (1963), Moeilijk doen (1964) en Welvraat (1966).

In 1966 sloot Cox zich aan bij Lurelei, waar hij met Eric Herfst, Jasperina de Jong, Rogier van Otterloo en Marjan Berk speelde. Op 28 oktober 1966 kreeg hij een proces-verbaal wegens “opzettelijke belediging de Koning of de Koningin aangedaan”, in zijn liedje Arme ouwe. Ook in 1968 leverde Cox controversiële liedjes, waarvan God is niet dood voor de VPRO aanleiding bleek een uitzending van het programma Geef ‘m de ruimte af te gelasten. Later dat jaar ging Cox samenwerken met Frans Halsema, in de NV SPOT. Samen met Adèle Bloemendaal gingen ze op tournee met het programma Met blijdschap geven wij kennis. Conny Stuart zou een jaar later de rol van Bloemendaal overnemen.

Vanaf 1970 werkte Cox met Gregor Frenkel Frank, Luc Lutz en Frits Lambrechts in het KRO radioprogramma Cursief. Cox’ conference Polleke, over een gedrogeerde Vlaamse wielrenner, behoort inmiddels tot de klassiekers. Hij zong het liedje Ajax is dood naar aanleiding van Feyenoords overwinning in de Europacup en noemde hij de Amerikaanse president Richard Nixon een moordenaar.

De samenwerking met Frans Halsema werd in 1973 hervat met het programma Wat je zegt dat ben je zelf. De bekendste onderdelen uit dit programma waren de persiflages op toentertijd bekende radio- en TV-programma’s als Geen ja geen nee, Voor een briefkaart op de eerste rang en Raden maar. In datzelfde jaar scoorde Cox een hit met het nummer ‘t Is weer voorbij die mooie zomer, wat hem op veel kritiek kwam te staan uit het artistieke wereldje. Vooral Ivo de Wijs hekelde Cox’ artistieke uitverkoop.

‘t Is Weer Voorbij Die Mooie Zomer* (1973)

* Helaas geen clip beschikbaar

Als acteur werd Cox in 1977 bekend, toen hij hoofdrolspeler was in de film Het debuut van Nouchka van Brakel, met als tegenspeelster Marina de Graaf. In datzelfde jaar trouwde Cox met Joke Bruijs (van wie hij inmiddels gescheiden is, met behoud van vriendschap gezien hun huidige ‘huwelijk’ in de serie Toen was geluk heel gewoon). In de jaren 80 en daarna speelde Cox in diverse films en theaterproducties. Hieronder waren rollen in Lieve jongens, De Vriendschap en de musical Fien.

De laatste jaren is Cox vooral bekend als scenarioschrijver en acteur in de inmiddels meer dan 200 afleveringen tellende TV-serie Toen was geluk heel gewoon, waarin hij samen met Sjoerd Pleijsier en Joke Bruijs de hoofdrollen speelt. Daarnaast is hij bekend van reclamefilmpjes voor de bekende zoutjesfabrikant Duyvis. In de serie ‘t Schaep met de 5 Pooten (2006) speelt hij een gastrol als Meneer Wegenwijs. In 2008 speelt hij de rol van kroegeigenaar in de bioscoopfilm “”Sinterklaas en het Geheim van het Grote Boek”” van regisseur Martijn van Nellestijn

Cox is tevens columnist in de Feyenoord Krant. Daarin noemt hij zichzelf een ‘grijze muis op de tribune’, en hekelt hij de ‘vermokuming’ van media als de Volkskrant en de omroepen in Hilversum.

Toen kwam jij (2007)

TOP